Gezinnen die beschikken over wagens, motorfietsen, bromfietsen en fietsen (bezitsgraad)

AFNAME VAN HET AUTOVERKEER, INRICHTING VAN HET WEGENNET EN GEDEELD GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG

Deze indicator geeft het percentage huishoudens weer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die respectievelijk beschikken over minstens een wagen, een motorfiets, een bromfiets en/of een fiets. In de statistiek verwijst een “huishouden” of gezin naar alle mensen die onder een dak samenwonen; ze hoeven niet noodzakelijkerwijze met elkaar verwant te zijn. Een gezin kan ook uit een enkele persoon bestaan.

Wat zijn de uitdagingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?

Het bezitten van een voertuig werkt sowieso het gebruik ervan in de hand. Het bezit en het gebruik van een voertuig genereren zowel voor de gebruiker als voor de rest van de bevolking een hele reeks effecten, meer bepaald op het vlak van kosten, luchtkwaliteit, tijdswinst/-verlies, lawaai, verkeersveiligheid, beweging, inname van de openbare ruimte, enz.

Een hoge autobezitsgraad brengt negatieve gevolgen mee, en dus wil het Brussels Gewest wagenbezitters ertoe aanzetten om op een meer gecontroleerde en rationale manier gebruik te maken van hun voertuig. Om hen een duwtje in de rug te geven, zijn er verschillende hefbomen voor handen: actieve verplaatsingswijzen (stappen en fietsen) promoten voor korte afstanden en de respectievelijke infrastructuur verbeteren; openbaar vervoer promoten en het aanbod ervan versterken; het gemengd gebruik van verschillende verplaatsingswijzen (multimodaliteit) in de hand werken; gedeeld gebruik ondersteunen als alternatief voor bezit; het parkeerbeleid beter reguleren, enz.

Om mensen vaker naar de fiets te doen grijpen, moet het Gewest het bezit ervan gemakkelijker maken. Het Gewest moet dan ook zorgen voor voldoende fietparkeerplaatsen zowel op als buiten de openbare weg.

Motor- en bromfietsen ondervinden minder hinder van congestie op de weg.
Het is dus zeker interessant om na te gaan hoe de bezitsgraad van dit type voertuigen verder gaat evolueren.

Doelen vastgesteld door de regio

Er werd voor deze indicator geen becijferde doelstelling bepaald.

Berekeningsmethode en interest

Deze indicator is afkomstig uit het Huishoudbudgetonderzoek van de FOD Economie – Statistics Belgium.

Deze enquête peilt naar de uitgaven en inkomsten van de Belgische gezinnen alsook naar hun uitrustingsgraad op het vlak van duurzame goederen. Ze maakt een overzicht van de consumptiegewoonten van de bevolking aan de hand van een aantal vragen; de deelnemers aan de enquête worden gevraagd hoeveel ze waaraan uitgeven.

De gegevens worden verzameld aan de hand van een representatief staal van de Belgische huishoudens, waaronder een aantal gezinnen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Voor de periode 1999-2010, varieerde de grootte van de steekproef, afhankelijk van de jaren, tussen de 598 en de 705 Brusselse huishoudens.

De gezinnen moesten opgeven hoeveel stuks ze bezaten van alle types goederen die ze over een bepaalde periode in huis hadden. Voor ieder type werden de resultaten in twee categorieën ondergebracht: afwezigheid van het goed binnen het gezin, of bezit van een of meerdere stuks ervan binnen het gezin. Vervolgens werd voor ieder goed het totale bezitspercentage geëvalueerd.

De verschillende verplaatsingswijzen waarover de Brusselse gezinnen beschikken, geeft een goed beeld van de maatschappelijke evoluties en van de gedragswijzigingen op het vlak van mobiliteit.

Opmerkingen over de methode of interpretatie

Het Huishoudbudgetonderzoek werd in 2012 herzien. Vanaf dat jaar wordt de enquête niet langer jaarlijks maar tweejaarlijks gehouden. Ook de vragenlijst werd aanzienlijk ingekort. De grootte van de steekproef in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedroeg in 2012 ongeveer 723 gezinnen, en in 2014 ongeveer 633 gezinnen.

Wat de bestudeerde periode betreft, werd er een hoge variabiliteit tussen de enquêteresultaten vastgesteld. Daarom werd voor de periode tot 2010 een gemiddeld percentage berekend voor periodes van drie opeenvolgende jaren; voor de periode 2012-2014 werd een gemiddelde over twee jaar berekend.

Voor de periode 2012-2014, hebben we geen gegevens over het percentage gezinnen met een fiets. Deze vraag kwam in de enquête immers niet aan bod.

Geleasde voertuigen en voertuigen die door de werkgever ter beschikking worden gesteld, werden beschouwd als zijnde voertuigen die eigendom zijn van het gezin.

Bibliografie

Statbel. Huishoudbudgetonderzoek. Statbel, 2013. ISBN:
Brussel Mobiliteit. Vervoersplan Brussels Hoofdstedelijk Gewest.. Brussel mobiliteit, 2011. ISBN: